A.A.I. centrum De Klimop Animal Assisted Therapy

Ervarend leren

Soms gebeurt het dat kinderen om welke reden dan ook (langdurig) uitvallen in het reguliere basisonderwijs. De Klimop kan deze kinderen de mogelijkheid bieden om in een bestaande setting in het buitengebied onderwijs te volgen in de vorm van ervarend leren. Het doel hiervan is het kind zodanig te helpen dat het weer in staat is om regulier onderwijs te volgen. De verwijzende school geeft het kind leerstof mee, dat op De Klimop omgezet wordt in een programma voor ervarend leren. Het kind volgt de toetsmomenten van de verwijzende school en maakt op De Klimop toetsen die het anders op de "gewone school" ook gemaakt zou hebben.

Gedrags-en/of ontwikkelingsproblemen belemmeren het kind in sociale, emotionele en cognitieve vaardigheden. Door het geven van ervaringsgericht onderwijs in een veilige omgeving met hulp van dieren, gericht op de specifieke hulpvraag van het kind, trachten wij dat risico te verminderen. Het accent van ons onderwijs ligt in herkenbaarheid en toepasbaarheid van de omgeving op de schoolse vaardigheden. Daarbij hanteren wij de theorie van ervaringsgericht leren, de communicatietheorie, leertheorie, (ortho)didactiek en systeemtheorie.


Begeleiders/leerkrachten vragen om een gericht onderwijsaanbod dat aansluit bij de problematiek van het kind, zodat het kind na het volgen van dit type onderwijs beter in staat is met zichzelf en met sociale situaties om te gaan. Het kind is dan in staat deel te nemen aan het voor hem/ haar geformuleerde type onderwijs.

Voorwaarde voor onderwijs met hulp van dieren is een affectie voor dieren.

Voor wie
Ervarend leren op De Klimop is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar die in aanleg zwak tot normaal begaafd zijn en bekend zijn met de volgende problematiek(en):

  • Verstandelijke handicap
  • Primaire zintuiglijke problemen of lichamelijke handicap
  • Kind kan niet in een groep functioneren
  • Problemen op het gebied van psychosociaal functioneren van het kind, (sociaal) gedrag, emotie, denken; meer specifieke variaties betreffende ontwikkelingssyndromen zoals ASS, ADHD en PPD-NOS.
  • Problemen op het gebied van lichamelijke gezondheid en aan lichaam gebonden functioneren.
  • Problemen op het gebied van vaardigheden en verstandelijke ontwikkeling.

Doelen

  • De aanwezige mogelijkheden van het kind worden in kaart brengen en stimuleren
  • Het ontwikkelingsperspectief onderzoeken en duidelijk maken
  • De cognitieve ontwikkeling stimuleren door middel ervaringsgericht leren
  • Het vertrouwen en zelfvertrouwen van het kind vergroten, waardoor het kind kan functioneren binnen groepen en in klassenverband
  • Angsten, agressies en antipathieën afbouwen
  • Sociale vaardigheden en een meer positief sociaal contact ontwikkelen
  • Motivatie en waarnemingsvermogen verbeteren
  • Kind leren samenwerken met anderen, zowel op sociaal gebied als op gebied van gedrag, werkhouding, structuur en impulscontrole
  • Door bovenstaande aspecten het kind voorbereiden op deelname aan het (vervolg)onderwijs

Activiteiten

  • Individueel onderwijs, waarbij het kind wordt geholpen om zichzelf te leren kennen en zichzelf te worden, leerkracht heeft sturende functie
  • Observatie van het gedrag van het kind
  • Gesprekken met ouders, verzorgers en leerkrachten met de nadruk op de bestaande hulpvragen
  • Ervaringsgericht onderwijs met hulp van dieren, gesprekjes met hippotherapeut, bewustwording lichaam(sschema)
  • Werken met een individueel handelingsplan
  • Werken volgens een vaste structuur
  • Leerlingvolgsysteem
  • Regelmatig overleg en afstemming met de leerkrachten, ouders en/of de groepsleiding van het kind

Contra-indicaties

  • Allergie of extreme angst voor dieren
  • Ouders hebben geen toestemming gegeven
  • Er zijn andere aspecten in de behandeling van het kind die prioriteit hebben en moeilijk te combineren zijn met onderwijs met hulp van dieren
  • Het kind wordt overbelast
  • Het kind is niet in staat in een individuele therapiesituatie van het aanbod te profiteren

Waar
De time-out opvang is onderdeel van A.A.I. centrum De Klimop, gevestigd op de Rolinahoeve vlak over de grens van Etten-Leur, aan het Vervul 3, 4891SW Rijsbergen

De meerwaarde van time-out op De Klimop
De uitgangspunten in de begeleiding en de specifieke leeromgeving op "de Klimop" betekenen voor het kind een duidelijke meerwaarde:


  • De aanwezigheid op de Rolinahoeve biedt het kind een hoge mate van ontspanning waardoor zijn welbevinden aanmerkelijk wordt vergroot. Vanuit dit welbevinden kan een kind ervaringen opdoen en zich deze volledig eigen maken. Doordat het kind op de Rolinahoeve is zal het zich sneller betrokken voelen bij de dingen die het moet doen, wat een positief effect heeft op het ervarend leren.
  • Werken met dieren verhoogt de motivatie en schept daarmee een belangrijke voorwaarde voor een leermoment
  • Het lesgeven op de Rolinahoeve vraagt van de leerkracht actieve betrokkenheid bij de processen op de welshponyfokkerij en de uitwerking ervan op het kind. Kinderen voelen deze betrokkenheid aan en zullen daardoor onbewust meer open staan voor de indrukken die ze opdoen.
  • Dieren kunnen helpen bij het overwinnen van angsten. Als het kind vrij is van angst heeft dat een positieve invloed op zijn leerbaarheid. Een van de dieren kan de functie krijgen van een echte vriend waardoor sociaal-emotionele blokkades opgeheven kunnen worden en er plaats gemaakt wordt voor leerervaringen.
  • Het kind wordt door het dier gewaardeerd, geaccepteerd in zijn eigenheid, hetgeen het zelfbeeld ten goede komt
  • De Rolinahoeve en haar omgeving nodigen uit tot uitdagende spelsituaties die de betrokkenheid en motivatie vergroten. Hier kan het kind een schat aan positieve ervaringen opdoen, een belangrijke voorwaarde om te kunnen leren. Het wordt als het ware uitgelokt om leerervaringen op te doen.
  • De omgeving van deze locatie heeft niets te maken met een schoolse situatie, waardoor het leren als een natuurlijk, ongedwongen proces wordt ervaren; het leren gaat veelal vanzelf.
  • De dieren hebben een natuurlijke aantrekkingskracht op het kind. Dit nodigt uit tot communicatie, stimulering van de taalontwikkeling en benoeming van het gedrag. Het dier geeft vaak een positieve feedback
  • In het werken met dieren kunnen opdrachten zeer eenvoudig gehouden worden. Kinderen blijken zich in de nabijheid van een dier rustiger en positiever te gedragen. Dit gedrag blijkt zich steeds meer te versterken.





De bovenstaande aspecten hebben grote invloed op gedrag en persoonlijkheid van het kind.
Lees meer over de onderwijskundige aspecten van ervarend leren op de Klimop

Aspecten van ervarend leren op De Klimop

Om te kunnen lezen, schrijven of rekenen zijn er tal van voorwaarden nodig die vooraf gaan aan deze vaak ingewikkelde leerprocessen. Het komt vaak voor dat een kind hierin problemen ondervindt. Een stap terug is dan vaak nodig, we kijken of aan de voorwaarden voorafgaande aan het probleem is voldaan of dat er wellicht hiaten zijn ontstaan.

Om te leren rekenen…
…moet het kind diverse gebieden beheersen. Het moet kunnen sorteren, groepjes maken, vormen herkennen, ruimtelijk inzicht hebben, meten, schatten, oriëntatie in tijd hebben, tellen, getalbegrip hebben. Verschillende aspecten kunnen we uitlichten: "we gaan nu het voer wegen", "wat is zwaarder en wat even zwaar?". We brengen het voer naar de stallen: "waarom is deze zak nu zwaarder terwijl hij er kleiner uitziet?" Allemaal ontdekkingen die het kind zelf gaat ervaren en dus leert!

Om te leren schrijven…
…moet.de motorische ontwikkeling uitgebalanceerd zijn. Het moet een manuele vaardigheid bezitten. De motoriek verloopt van grof naar fijn, van dik naar dun. De oefeningen worden in de ruimte gedaan (manege). Letters worden "gelopen" bv. we maken een grote letter A, we strooien zaagsel over de lijnen terwijl we weer over de lijnen lopen. Dan rijden we de letter op de rug van het paard (weer een ander gezichtspunt). Daarna "tekenen" we de letter op een groot bord, we gaan met scheerschuim grote letters voelen, verven, steeds kleiner tot we uiteindelijk een letter op papier hebben.

Om te kunnen lezen…
…moet het kind over tal van vaardigheden beschikken. Het moet kleine verschillen kunnen opmerken, details en verschillen zien. Wat is hetzelfde, wat het verschil? Het kind moet de begrippen links en rechts beheersen (de leesrichting). Allerlei begrippen beheersen zoals bijvoorbeeld "achter", "voor", "boven", "beneden" en "langs". Het moet weten wat een zin is, wat een woord is en nog veel meer. We kunnen de begrippen in de natuurlijke omgeving verkennen en ervaren: we laten het kind concreet voelen en ervaren wat links en rechts is; we gaan de dieren in de stal brengen of achter de stallen; we zitten boven op het paard en we lopen naar rechts en links met de hond.


Een praktijkvoorbeeld

Het is een koude maar zonnige winterochtend. De paarden liggen nog "in hun bed" (staan op stal). We lopen naar de stallen om de paarden "wakker" te maken. Ze begroeten ons uitbundig en er ontstaat meteen een vrolijk, blij gevoel. "Hé, de paarden zeggen goedemorgen!" zegt het kind.
“Zou Madelief wel zin hebben om naar buiten te gaan nu het zo koud is?” vraagt het kind zich af. We gaan het gewoon proberen. Wat hebben we allemaal nodig om met Madelief aan de hand over het erf rond te lopen (geheugen, opsommen, tellen, taal/denken)? We halen de spullen, Madelief wordt uit de stal gehaald en we nemen haar mee naar buiten. Vanwege de stevige vorst gaan we eerst samen met Madelief een grondtest doen om te kijken of we wel kunnen paardrijden vandaag. We merken dat de ongelijke grond van de rijbak erg hard is (zintuiglijke waarneming) en constateren dat er ijs ligt in alle kuiltjes en kuilen. Rijden zal niet gaan, misschien struikelt Madelief dan wel. We vragen ons af of Madelief het leuk zou vinden om het ijs te kraken of zou dat het zeer doen aan haar benen (inlevingsvermogen; het onder woorden brengen van gevoelens)?? We nemen Madelief mee naar een grote plas op het pad naar het bos. En wat blijkt tot grote vreugde van het kind: Madelief vindt het leuk, loopt er expres overheen, stampt er een keer op en kraakt het ijs onder haar hoeven in stukken!! Zelfs glijden over het ijs vindt ze leuk. Ook het kind stampt op het ijs waardoor het breekt. Het krakende geluid stimuleert het kind. We steken de weg terug over naar het erf, verkennen de ruimte (ruimtelijke oriëntatie) en "kraken" het ijs dat in een voeremmer zit. Dan pakt het kind een stuk ijs. Ze laat Madelief er even aan ruiken en voelen even met blote handen: (zintuiglijke ontwikkeling) hoe koud het ijs is. Dan ontstaat er een gesprek, hoe komt het dat er ijs is, wat is ijs eigenlijk, kan het hier ook smelten, wanneer smelt het eigenlijk? Allerlei begrippen komen ter sprake; kou, warmte, vriezen , dooien, smelten, ijs, water, zon, schaduw enz. Er wordt geredeneerd en we besluiten een proefje met het stuk ijs te doen. We willen zien wanneer het ijs smelt, (oorzaak, gevolg, logisch redeneren) waar het smelt, en in welk tijdsbestek (oriëntatie in de tijd). Omdat we willen zien of het ijs echt water wordt als het smelt, nemen we het ijs dat in de voeremmer zit. Het kind komt op het idee het ijs in de zon te zetten, nadat we samen hebben gevoeld (zintuiglijke ontwikkeling) dat het in de zon echt een stuk warmer voelt dan in de schaduw. We denken dat het wel 10 minuten duurt voordat het ijs gesmolten is. We pakken de kookwekker erbij (tijdsbesef) en tellen samen op hoeveel minuten (voorbereidend rekenen) de kookwekker gezet moet worden. Als we de wekker af horen lopen gaan we gauw kijken. Het ijs is dan nog láng niet gesmolten. Er liggen maar een paar druppels water in de bak. We vragen ons af hoe dat kan. De zon is wel warm maar kennelijk niet warm genoeg. Waar is het wel warmer? We verkennen het erf en komen vlakbij de dampende mesthoop. Wat is die damp eigenlijk, wat betekent dat? We gaan naar de mesthoop, voelen met onze handen de damp en voelen de warmte die van de mesthoop afkomt. Met een riek maken we een diep gat en kijk, als je dieper gaat voelt het wel héél warm!! We besluiten de bak met het ijs in het gat in de mesthoop te leggen. We zetten de kookwekker weer op 10 minuten maar gaan "stiekem" na 5 minuten al een keer kijken. En ja hoor, het ijs is al helemaal gesmolten (tijdsbesef). We vertellen onze ontdekking aan pony Madelief (logische volgorde, geheugen, sociaal emotionele ontwikkeling taalvaardigheid, taal/denken). We lopen langs de paarden en tellen hoeveel er staan te eten (voorbereidend rekenen, werken met hoeveelheden) Madelief luistert geduldig. Tot slot brengen we Madelief naar de wei.

Hoewel dit slechts een fragment uit eén sessie is, geeft het goed aan hoe dit kind heel geconcentreerd en gemotiveerd op verkenning gaat, ontdekkingen doet, dingen aan den lijve ervaart, betrokken is en al doende een schat aan leermomenten opdoet op verschillende ontwikkelingsgebieden. Wat hier in korte tijd gebeurt is in een normale schoolsituatie veel moeilijker te bereiken… en dat is nu de kracht van ervarend leren op de Klimop!